Regio Mechelen Mobiel

voor Iedereen

(Artikel De standaard : http://digikrant.standaard.be/html5/reader/article_popover_for_iframe.aspx?guid=4b188bc6-3693 ...)

De betonstop heeft een zusje: basisbereikbaarheid

Onze mobiliteit is te belangrijk om te improviseren, zegt Stefan Stynen. Het ontwerpdecreet over het nieuwe openbaar vervoer is klaar, maar het huiswerk wordt beter overgedaan.

VOORZITTER TREINTRAMBUS STEFAN STYNEN

De Vlaamse regering krijgt de betonstop voor de verkiezingen niet meer rond (http://www.standaard.be/cnt/dmf20190301_04220681). De Raad van State gaf het wetgevende werk een onvoldoende. Op het eerste gezicht is dat slecht nieuws. Maar het uitstel biedt kansen om na de verkiezingen een grondiger voorbereide en veel ambitieuzere betonstop te realiseren.

Met het ontwerpdecreet basisbereikbaarheid heeft de betonstop een zusje dat in hetzelfde bedje ziek is. Al in 2014 introduceerde de Vlaamse regering ‘basisbereikbaarheid’ als concept voor de organisatie

van het openbaar vervoer in Vlaanderen. De aanbodgestuurde basismobiliteit moest plaats maken voor een efficiënt vraaggestuurd aanbod dat steden en gemeenten deels mee zouden bepalen. Vijf jaar later ligt het ontwerpdecreet basisbereikbaarheid ter stemming voor in het Vlaams Parlement, maar ook het huiswerk van minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) is verre van klaar.

Zogenaamd op basis van de resultaten van de proefregio’s Aalst, Antwerpen, Mechelen en de Westhoek wil de Vlaamse regering eind 2020 in heel Vlaanderen een volledig nieuw vervoersnet uitrollen. Welke resultaten? In geen van die proefregio’s heeft, ondanks het speciaal daartoe gecreëerde regelluwe kader, een praktijkproef plaatsgevonden. Hoe kan je dan bewijzen dat het systeem goed functioneert?

Met de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2018 in zicht slaagde geen enkele proefregio erin de noodzakelijke consensus over het vervoersplan te bereiken. Er werd veel vergaderd over de reiziger, nauwelijks met de reiziger. Die wordt hooguit op het einde van de rit geïnformeerd. De stad Mechelen bijvoorbeeld had voor de verkiezingen weinig zin om openbaar te maken dat er drie stadslijnen op de helling staan. Er was immers nog niets beslist en als dat toch het geval was, schoof men de zwartepiet naar de vervoersregioraad door.

Onduidelijk juridisch statuut

Dat brengt ons bij een fundamenteel pijnpunt, waarop ook de Raad van State in zijn advies van 10 december 2018 de vinger legt. Volgens het ontwerpdecreet is de vervoersregioraad louter een overlegorgaan, maar in de praktijk zal hij beslissen over de budgetten en het aanbod van de twee onderste vervoerslagen, het aanvullend net en het vervoer op maat. Het juridische statuut van de vervoersregioraad is erg onduidelijk, zo niet onbestaande. Als men dat niet aanpakt, leidt dat in de toekomst ongetwijfeld tot juridische conflicten. Nergens is immers bepaald aan wie de vervoersregioraad verantwoording aflegt en hoe de burger inzage krijgt in de besluitvorming van dit ‘overlegorgaan’.

Het ontwerpdecreet over de basisbereikbaarheid houdt zich ook op heel wat andere domeinen op de vlakte en maakt er zich soms erg makkelijk van af. De steden en gemeenten krijgen in de vervoersregioraad mee de verantwoordelijkheid over het openbaar vervoer, maar moeten dat wel budgetneutraal doen. Elke verbetering van het aanbod zal dus gecompenseerd moeten worden door elders ritten te schrappen. Bovendien dreigt het mattheuseffect: regio’s die in het verleden al veel bespaard hebben, moeten het nu met minder middelen doen dan zij die aan zware besparingen ontsnapt zijn. Nochtans is iedereen het erover eens dat beter openbaar vervoer voor allen dringend nodig is om onze verkeersknoop te ontwarren, de klimaatdoelstellingen te halen en vervoersarmoede tegen te gaan.

Eén routeplanner?

Zullen de Vlaamse reizigers in de toekomst hun volledige verplaatsing nog met één routeplanner kunnen organiseren en met één tarief kunnen afleggen? Op al die vlakken blijft het ontwerpdecreet erg vaag. De Vlaamse regering kan over allerhande zaken beslissen, maar er ligt weinig vast. Niet zelden omdat de decreetschrijver het zelf nog niet weet! Nieuwe spelers en concepten kunnen een meerwaarde bieden, maar dan wel als onderdeel van één gelaagd en geïntegreerd openbaarvervoernetwerk. We moeten vermijden dat de invoering van vijftien vervoersregio’s nieuwe grenzen en coördinatieproblemen creëert.

De mobiliteit van de Vlamingen is veel te belangrijk om te improviseren zonder een duidelijke en heldere oplossing voor een reeks problemen. Net als bij de betonstop is het geen goed idee om de basisbereikbaarheid op de valreep nog goed te keuren. Maar uitstel mag geen afstel worden.

De volgende Vlaamse regering moet onmiddellijk een degelijk voorbereid, grondig doordacht en algemeen gedragen decreet op poten zetten, dat ons openbaar vervoer echt zal verbeteren.

 

(Artikel De standaard : http://digikrant.standaard.be/html5/reader/article_popover_for_iframe.aspx?guid=4b188bc6-3693 ...)